Betwiste theorie slaat plank mis met voorspelling watersnood
Op 25 en 26 februari 2024 is de kans groot dat Nederland wordt getroffen door een zware stormvloed. Met die voorspelling slaat ex-waterstaatsingenieur Jan Willem Boehmer de plank mis in een pamflet met de titel ‘De vloek van zee en maan’.
Door Wim Eikelboom
Boehmer baseerde zijn voorspelling op zijn onderzoek naar de invloed van de maan op hoge waterstanden. Volgens Boehmer zou er een metershoge vloedgolf komen. Hij stelde dat dijken in elkaar zakken als gevolg van de kracht van de maan. De theorie van Boehmer is dat zandige dijken bezwijken als gevolg van opkomend grondwater dat wordt aangetrokken door de kracht van de maan. Hij krijgt in waterstaatkundige kringen geen bijval voor zijn theorie.
Verhaal gaat verder onder de afbeelding

Boehmer werkte bij de Deltadienst van Rijkswaterstaat. Hij geldt als een tegendraadse denker. Oud-Telegraaf journalist Theo Jongedijk schreef vier jaar geleden op verzoek van Boehmer het pamflet ‘De vloek van zee en maan’, waarin hij zijn theorie uiteenzet. In de reguliere media vond het geen weerklank. Volgens de oud-Telegraaf journalist omdat de stelling van Boehmer ‘niet in het denkpatroon past en dat hem daarom een podium voor zijn verhaal wordt onthouden’.
Wetenschappelijk niet aannemelijk
De theorie van Boehmer is een aantal jaren geleden getoetst door waterwetenschappers en terzijde geschoven, vertelt Matthijs Kok, hoogleraar overstromingsrisico’s aan de TU Delft. “Naar aanleiding van e-mails van vrienden van de heer Boehmer aan de rector van de TU, hebben we een toetsing uitgevoerd. De uitkomst was helder: het is niet aannemelijk dat de theorie over dijkimplosies van de heer Boehmer geldig is. Met name de gegevens over maanstanden en dijkdoorbraken laten dat niet zien. De correlaties tussen maanstanden en sterkte van keringen die door de heer Boehmer zijn gevonden, worden door ons niet gezien.” Niettemin – of misschien wel juist daarom – omarmen complotdenkers Boehmers visie.
Onbegrijpelijk dat het onderzoek van ir. Boehmer door @DeltaresNL , @Rijkswaterstaat , bestuurders en opleidings instellingen genegeerd wordt ! https://t.co/thAvRZUiDq @blauwvuur pic.twitter.com/mH8ddxrWpF
— Piet van Noort (@pietjepier) October 5, 2022
Hommage
Begin 2024 mocht Boehmer in twee lange gesprekken zijn verhaal uit de doeken doen op het Youtube-kanaal van Blue Tiger Studio van de conservatieve filosoof Tom Zwitser.
Zwitser toont zich onder de indruk van de theorie van Boehmer en geeft geen enkel weerwoord. Hij zegt dat de gesprekken een ‘hommage zijn aan het werk van de 80-jarige waterstaatsingenieur’.
Verhaal gaat verder onder de foto

Boehmer beweert dat de afgelopen duizend jaar tenminste honderd keer een overstroming en dijkdoorbraak voordeed tijdens laagspringtijd en doodtij. Dan heeft de maan de meest sterke invloed. Eind deze maand (februari 2024) zijn die omstandigheden er ook en Boehmer voorziet dan een watersnoodramp in Nederland.
Investeren in alsmaar hogere dijken is volgens Boehmer zinloos en gevaarlijk, omdat de invloed van de bodem uiteindelijk de sterkte van een waterkering bepaalt. Naar zijn zeggen ‘komt het watergevaar van onder’. Volgens Boehmer is het huidige hoogwaterbeschermingsprogramma ‘één van de verdienmodellen van Rijkswaterstaat’.
We gaan het meemaken.
Of niet..
Waarom horen we niets van het KNMI dan ?
Tot hoe ver komt het water ?
Welke steden gaan onderwater ?
Gaan er veel mensen dood ?
Of is het 1 groot verzinsel en gaan we zo zonder er verder iets van te horen naar de maand maart toe ?
Waarom horen we niets van het KNMI dan ?
Tot hoe ver komt het water ?
Welke steden gaan onderwater ?
Gaan er veel mensen dood ?
Of is het 1 groot verzinsel en gaan we zo zonder er verder iets van te horen naar de maand maart toe ?
Verwarde oude man mocht leeglopen op het youtube kanaal van Tom Zwetser.
Dat laatste is dan wel weer waar; door de voortschrijdende bodemdaling én de toenemende druk vanuit zee, komt het grondwater in de lage delen van NL omhoog. We moeten dus meer doen dan alleen maar dijken ophogen. Vinden ook de waterschappen.
Daarom hebben ze zeker allemaal gaten en sleuven gemaakt in de dijken, om het effect groter te maken.
Waarom wordt bij rijkswaterstaat en overheid wéér de andere kant opgekeken? Johan van Veen heeft 20 jaar lang zijn meerderen bestookt met een theorie die in februari 1953 pijnlijk bewaarheid werd. Deze theorie verdween in de onderste la van het bureau van zijn meerdere, want “angst” zaaien werd niet geaprecieerd. Nu dus weer niet. Dit zijn geen wappies maar zeer betrokken intelligente mensen (ingenieurs met een toekomstvisie), waarschijnlijk intelligenter dan degene die, vermoedelijk onterecht, een betere functie bekleden.
Durf naar Boehmer te luisteren en acteer ernaar. Maar ja, GELD HÈ? Het komt financieel niet zo goed uit voor de staatskas. Nee, een volgende watersnood ramp wel zeker? Ruimt waarschijnlijk weer een hoop mensen op, vooral als de Randstad helemaal weggevaagd. Lost daar ook weer andere problemen op!
1. Boehmer baseerde zijn voorspelling op een statistiek van 1000 jaar dijkdoorbraakvloeden waarvan hij er 54 turfde op de namiddag van 28 september 1014; omdat Elisabeth Gottschalk in de eerste systematische beschrijving van de bronnen van stormvloeden in de laatste duizend jaar sinds de DOODTIJ vloed van 28/29 september 1014 gaf in haar boek uit 1971 over de geschiedenis van stormvloeden en rivier overstromingen gaf . Want een van de abten van kloosters in haar bronnen vertelde dat het 6 dagen na Nieuwe Naan was. Boehmer nam aan vanaf de dag dat de eerste sikkel weer te zien was. Boehmer zocht op Internet naar de huidige maankalender en vond vijf feiten (1) dat Eerste Kwartier viel op 4 oktober 1014 en dat DOODtij stormvloed dus twee dagen later viel op 5/6 oktober (2) dat 28/29sept1014 op 1/2 dagen na Nieuwe Maan vielen en dat 7 dagen later inderdaad het Doodtij van 5/6okt1014 was. (3) dat de maansafstand met parallax 60’ nabij het Perigee (61’) ”extreem kort was op 5/6 oktober 1014 en niet extreem op 27seot1014 en (4) dat het verschil werd verklaard tussen 6 dagen verschil in de Julian en Gregorian Cakendard vòòr en na 1582. (5) dat de samensteller van de lijst van stormvloeden Gottschalk niet kon geloven dat de bron waar zij de datum 28/29 sept 1014 had van overgenomen BEWUST had geprobeerd de lezers van veelal historische en geografische afkomst IN WETENSCHAPPELIJK OPZICHT te MISLEIDEN met de gedachte dat de (ergste) stormvloeden (voornamelijk of uitskuitend) bij HOOGspringtij optreden
2. Toen Boehmer aan tafel schoof bij Tom Zwitser lag naast hem de tabel met stormvloeden mét en zonder dijkdoorbraken die d’r ir Johan van Veen van Rijkswaterstaat én Deltacommmissie (1953-61) ..en niet zoals prof Jansen van de DELTADIENST! die Piet van Noort en Boehmer hadden opgesteld met expliciet dezelfde data die Van Veen had opgenomen in zijn MAANFASEN KLOK en MAANFASENBALK . De filosoof Zwitser wilde perse weten of Boehmer zich niet had beperkt tot de 10 stormvloeden die topmensen van RIJKSWATERSTAAT Caland (1877 en 1881, 1883, 1889, Welcker, (1894-‘95, 1906, 1911) Ramaer & Wortmann (1916) en Maris (1953-61) hadden opgesteld, ondertekend en door hun minister aan decTweede en Eerste Kamer hadden toegestuurd, INCLUSIEF DE VERMELDING VAN MAANFASE (DOODtij of LAAGspringtij …,conform de wet van Thorbecke uit de 1850’s ..,want daar waren geen dijkdoorbraak vloeden bij HOOGspringtij bij. .. Van Veen zelf had in zijn selectie van HOOGspringtij vloeden alleen de hoogste na 1900 mee genomen maar niet ‘186&feb 1867’ in het ‘verslag over de stormvloed 13/14jan1916’
1943 en 1mrt1949 waren in Hoek van Holland een paar cm hoger terwill de zeespiegek 15 cm hoger was.
3. De tabel naast Tom Zwitser was dezelfde tabel als die was tentoongesteld door de Practische Studie bedtuurders van de Civiele Faculteit waar ook Prof.dr.ir. Matthijhs Kok werkzaam is (was?) Die tentoonstelling heette “Andere Tijden Civiel” en de betrokken’ stand’ is dus duidelijk niet bezocht door Matthijs Kok én besproken met het PS-bestuur anders was Kok op de hoogte geweest van de gegevens waarop Piet van Noort en Tom Zwitser hun “hommage aan Boehmer” hadden gebaseerd
4. Ik Jan Willem Boehmet heb Tom Zwitser omstandig uitgelegd dat die -onbezoldigde -deelname aan de PS ACTIVITEIT niet in mijn opdracht werd gedaan evenmin als het boekje “de VLOEK van ZEE en MAAN en JWB” in opdracht van Boehmer was geschreven
5. Wie het boekje de VLOEK goed leest ziet dat Boehmer’s sommige zaken niet zelf geschreven kan hebben en dat de journalist Jongedijk in de loop der jaren 2010-20 dat hij regelmatig over Boehmer schreef er van overtuigd was geraakt dat Boehmer’s datum 25/26feb m2024L@54’/FM+1/2d de belangrijkste datum van vijf L @54’/FM+2d dagen was met 413, 284 of 254 dagen verschil op de Maankalender… Omdat de extreme combinaties van L@54’ zich om de 14, 13 of 12 maanmaanden voordoen (15,14 of 13 omwentelingen van de Maan.
6. De peildata Nodal Cycle 2024, 2006, 1988, 1970 en 1952 sinds de watersnoodramp 1953 zijn al te vinden op de “nodal cycles” tabellen van Simon Rozendaal in EW uit 2014 en Salomon Kroonenberg in Spiegelzee 2017.
En de data daarvan zijn al bekend sinds de geleerden de cyclus van Saros gebruikten in hu voorspellingen van zonsverduisteringen bij H@61’/NM+0d) Dat was vorig jaar 13-16 dagen verwijderd van L@54’ /FM+2 in Boehmer’s datum dus plm 11 feb2024 +
Voorbeeld: 19mei1919H@61’/NM+0d tot 11 feb 2024 is (104 x365,25 + 259)/6585=5,808 nodal cycli van 18.0287 jr verwijderd van 11 feb2024H@61’ . Zes volledige cycli van Saros zijn 0,192 x658sinds de zonsverduistering waar Einstein beroemd mee werd ..
dat mij verzekerd had dat deze tentdezelfde die wads